Driepinter. Driemanslog.
31.8.02 


HIJ IS BINNEN !!!! (te houden..........)

chateau Latour 1997

Want behalve een pint, drinken we ook dit maar al te graag!


Dil, 12:33 p.m. | permalink |



Afscheid
The poodle bites...

I'm
...the doggie chews it.

Off


Polter, 1:25 a.m. | permalink |



Transcriptie

Copie de la requeste des nobles et villes d'Hollande et Zeelande

An den Coninck

Remonstreren ende verthoenen in alder oetmoet de
Ridderschappe, Eedelen ende steden van Hollant ende Zeelandt
dat sijluijden uwer majesteit ende uwe majesteits voirvaderen hooch
lofflicker memorien altijts hebben gehoorsaemt gerevereert
ende gedient als goede ende getrouwe ondersaten in allen
saicken daer tot conservatie van uwe majesteits hoocheyt
heerlicheyt ende domeijnen heur gehoorsaemheijt ende
onderdanigen dienst gerequireert es geweest, sulcx
sijluijden oick nijet en twijffelen uwe majesteits goede affectie
t'heurwaerts te meer daer deur gewassen te sijn
omme heurluijden onder goede justitie ende politie in heure
gerechticheyden ende vreijheden met alder ruste ende vrede
te behoeden en te beschermen. Conform de welcke hoe
wel den hartoge van Alva als voor uwe majesteit Gouverneur
hem behoort hadde gevoucht te hebben, heeft hij nochtans
onder die titule van sijn gouvernement mit alle iniustitie
ende fortse over uwe majesteits landen ende ondersaten geestelicken
ende waerlicken, eedel ende onedel sulcke regieringe angericht
dat sijluijden remonstranten tot conservatie van hem
heure privilegien, rechten, oude loffelicke costumen ende
vrijheijden nijet sonder groote beswaernisse genootsaickt
sijn geweest oick metter gewapender handt t'opposeren
jegens die heerschappie hoochvaerdige ende fortselicke regieringe
des selffs hartoege van Alva ende sijns anhangende van de
uuytheemsche natien deur pernitieuse nijeuwicheyden ongewoonlicke
exactien ende verdruckingen van uwe majesteits voorseijde ondersaten
alle gemeene ruste perturberende, ende nijet anders arbeijdende
dan den selven landen ende ingeseten hen ende heure moetwille
t'onderwerpen in armoede te brengen ende in een slavernye
te houden tot groote verachteringe van den dienst van uwe
majesteit ende uwe majesteits domeijnen daer van sijluijden remonstranten
van te vooren opentlicken genouch hebben geremonstreert
ende geprotesteert gelijck oick die staeten van andere landen
ende provincien dies angaende heure remonstrantie verscheijdelijk
gedaen hebben gehadt, maer dies nijettegenstaende die voornoemde
hartoige van Alva in sijn quaet voornemen t'persevererende (sic)
sijn deur den hoochmoet ende moetwille der voorseijde ondersaten
uutheemsche ende quaetwillige vianden van de gemeene ruste
ende landen nijet alleen uwe majesteits landen ende ingeseten
in groote veranderinge beroerte ende ellende van crijch
ende oirloige gebracht, maer es oick den selven landen
gemaickt een afkeer onvruntschap ende affgunst bij den
ommeleggende coninckrijcken, landen ende naebueren, met
verlies van alle traffycken ende verminderinge van alle
manufacturen, negociatie ende welvaert. Ende want
sijluijden remonstranten nijet anders gesocht en hebben
nochte alsnoch en soucken dan t'gemeen welvaert der
landen ten dienste van uwe majesteit te vorderen naer alle
heur vermoegen ende sulcx alle goede ondersaten gehouden
sijn te doen. Soe es heur oetmoedelijk ende onderdanich
versoucken ende bidden dat uwe majesteit gelieve als een vader
met een lieffelick ende goedertieren oege aenschou te nemen
up den jegenwoordigen allendigen ende beclaechgelicken staet
uwer nederlanden, omme de selffve wederomme te brengen
in goeder eendracht, commertie ende gerusticheyt, waer deur
uwe majesteits hoocheijt sal moegen vermeerderen ende t'welvaeren
der ingesetenen totten dienst van de selve uwe majesteit wederomme
wassen ende groijen. T'welck want ontwijffelick nijet
en sal comen geschijeden soe lange inde selffde landen
sullen heerschappie ende gewelt hebben d'uuijtheemsche
natien, wiens gewin ende prouffijt meer inden onrust
ende desordre der landen dan in goede ordre is gelegen
ende die uuyter nature ende als die dagelicxe exempelen
leeren, meer souckende heur eijgen lust ende proffijt dan
t'gemeene beste vanden landen, hem vreempt sijnde oirsaick
gegeven hebben van jegenwoordige beroerte ende wapeninge
Dat oversulcx uwe majesteit den selven uuytheemschen uuyten
voorseijde landen wille doen vertrecken ende bij libere communicatie
ende advijs vanden inheemschen ende generale staten ende landen
van herwaerts over in't gemeen ende behoerlicken daer
toe versaempt, alsulcke goede ordre, politie ende geregelheyt
statueren daer mede die selffde uwe majesteits landen
ende ondersaten in een verseeckerde eenicheijt ende gerusticheijt
voortaen gehouden ende alle periculen, inconvenienten ende
beroerten moegen worden geprecaueert. Ende gemerckt deur
die continuatie ende geduricheijt van deese crijchsberoerte
vrijmoedich te spreecken, nijet anders te verwachten en
staet dan een depopulatie verwoestinge ende bederffenisse
van uwe majesteits landen ende provincien aen alle oorten
Te meer dat men zyet den ingesetenen soe langer soe meer
totte wapenen te begeven, vergetende ende verlatende heure
gewoonlicke neringe ende hanteringe, soe die menschen
lichtelicken inclineren tot licentie ende liberte die de
oirloege schijnt mede te brengen, Sulcx dat deur lange
gebruijck der wapenen uwe majesteits ondersaten te meer jegens
malcanderen verbitterende ende periculeus ende schadelicke
alteratie souden moegen vallen in alle handelinge, traffijcque,
comanschappe, zeevaert ende anders, want deur den
dienst van uwe majesteits grootelicx soude moegen gelicke sacken
Suppliceren oick die voornoemde remonstranten hijer up een
goedertieren insicht genoemen te werden, ten eynde
soe wel den lande van Hollandt ende Zeelandt als d'andere
omleggende ende anpalende landen ende provincien bij
auctoriteijt van uwer majesteit vanden overlast ten minsten
des vreemder natien ende crijschvolck (sic) ter wedersijde
voor t'eerste ontledicht ende ontlast, midtsgaders alle
wegen van oirloige bij provisie gecesseert ende upgehouden
moegen werden, sulcx dat met goede verseeckertheijt die
conversatie ende commertien der ingesetenen van uwer majesteits
landen wederomme vrij mochten beginnen ende die selffde
ingesetenen van uwe majesteits landen dus te beter metter tijt
ter neder geset ende mitten anderen werden versoent, daer
toe sijluijden supplianten over heure sijde nijet en sullen naelaten
te doen alle behoirlicke officie van goede ende getrouwe
ondersaten van uwe majesteit

[NA 1.01.01.13 Spaans-Nederlandse Regering te Brussel, 1567-1574 inv.nr. 29A Request van de Ridderschap, Edelen en Steden van Holland en Zeeland aan koning Philips II, om de provinciën te ontlasten van de heerschappij der vreemdelingen en het krijgsvolk, 1574]

Voor de Sufkes onder u een vertaling naar hedendaags nederlands:
"Zeg Philips, als jij die Alva niet terugroept, wordt het hier vet oorlog en kun je naar je belastingcenten fluiten".
Iedereen weer content?



Polter, 12:05 a.m. | permalink |

30.8.02 


Misselijke Ontsiering door Vrijmoedige Wansmaak

WANSMAKELIJK EN BEDENKELIJK

Naaktlooperij en geraffineerde half-naakt-cultuur.

De vrucht van hedendaagsche opvattingen.

De zomer is weer zoo goed als achter den rug en daarmee ook weer het seizoen der met toenemenden hartstocht beoefende en vergevorderde naaktcultuur. De leus: terug naar de natuur, wordt door velen in onzen tijd en dan natuurlijk 't meest in den zomer uitgelegd als: terug naar de naaktheid. Met een vlijt en energie een betere zaak waardig leggen vele menschen, jong en oud, vrouwen misschien nog meer dan mannen, zich toe op wat men zou kunnen noemen de steeds verder gaande ontkleeding. Het is waarlijk geen wonder, zoo zou men haast zeggen, dat de Parijsche modekoning Poiret in armoede vervallen is, want de moderne mensch vertoont meer neigingen om zich te ontkleeden dan te bekleeden.
Er is ook nog zooiets als bruin-cultuur, waarmee wij niet de bruine-hemden-dragerij der Duitsche nationaal-socialisten bedoelen, doch de rage om zich bruin te laten stoven aan de stranden. "De bruin-cultuur," zoo schreef dezer dagen de Haagsche Post, "is een exes, een uitwas geworden." Op wandelingen langs het strand kon men rijen van bijna naakte vrouwen en mannen waarnemen, uitgestrekt in het zand, soms in schaamtelooze houdingen, vette, glinsterende en glimmende medemenschen, die er urenlang den brand van zonnestralen, pijn en andere ongemakken voor over hebben om met een bruin lichaam te kunnen pronken.
Maar deze bruin-cultuur onder zekere beperking is nog slechts een onschuldig en weinig kwetsend vermaak vergeleken bij de dienaars en dienaressen van de naakt-cultuur. Het wordt hoe langer hoe gekker en erger en ergerlijker. Het begint te grenzen aan naaktlooperij. Onze stranden leverden dezen zomer een demonstratie in de kunst, beter gezegd in de dwaasheid, van de minimum-kleedij. Het is nu eenmaal geenszins een aesthetisch genot een heer op leeftijd of van ver gevorderde jaren met een hangbuik en andere welgedane vormen, of een niet meer jonge dame met al te weelderige vormen waar te nemen, die al te veel van hun naaktheid laten zien. Het is eenvoudig een misselijke ontsiering van onze badplaatsen en men vraagt zich wel eens af waar sommige menschen de vrijmoedigheid en den wansmaak vandaan halen om zoo opzichtig in het openbaar te pronken met de openlijke vertooning van hun afwijkingen. Het lijkt soms wel wat op wandelende spekslagerswinkels. Het is misschien niet onzedelijk, maar het lijkt in elk geval vies.
Dat is de aesthetische of welgevoeglijke zijde der zaak. Maar het is ook nog een anderen kant van deze wat brutale naakt-cultuur. Dat is de moreele of zedelijkheidskant. Wij beweren geenszins, dat de zedelijkheid een kwestie van kleedij is, maar men moet ons maar eens bewijzen, dat de zedelijkheid gediend zou worden door de moderne naaktlooperij, die niet alleen meer beoefend wordt in den zomer en aan de stranden, doch ook in de steden, in balzalen e.d. Wij verlangen niet terug naar de tijden van de tot den hals dichtgeknoopte japonnen en de straatvegende voetrokken, maar nog veel minder wenschen wij de vergoding der naaktheid in den vorm van het lendedoekje der wilden, en daar lijkt het soms hard naar toe te gaan. Daarmee is de openbare moraal geenszins gediend.
Een Katholiek onderwijzer luchtte onlangs zijn verontwaardiging en ergernis over wat hij noemde de badplaatsenplaag der toenemende naakt-vertooning. Men vergete toch niet, dat onze badplaatsen openbaar zijn, dat iedereen er komt, of behoort te kunnen komen zonder zich ergens aan te stooten. Hebben wij, vroeg hij, in ons land dan geen recht op bescherming van onze kinderen? Waar moeten wij in onze vacantie dan met hen heen als wij ons het lugubere gezicht van bijna ontkleede vrouwen en mannen, die zich aan niets storen, willen besparen? Wij eischen voor ons en onze kinderen een plaats op in de zon en aan de zee en in het water, en wij dulden niet langer op deze heerlijke plekjes de alleen-heerschappij van individuen, die spotten met fatsoen en goede zeden.
Wij verstaan deze verontwaardiging hoewel wij misschien staan op een ander standpunt dan deze onderwijzer. Wij meenen, dat naaktheid geenszins synoniem is met onzedelijkheid. Wij nemen zelfs aan, dat een naaktlooper zedelijk hooger kan staan dan een dik in zijn kleeren gestoken oer-conservatief. Er zijn landen waar de menschen niets of bijna niets dragen ter bedekking van hun lichaam en niemand stoot er zich aan of kijkt er zelfs naar, en wellicht staan deze primitieven van Afrika en Azië moreel hooger dan wij Westersche cultuurmenschen. Maar onze zeden, gewoonten en ons klimaat zijn anders, en wat elders smaak en natuurlijk kan zijn wordt hier wansmaak en onnatuurlijk en zelfs onzedelijk.
Maar stuitender nog voor velen dan de naakt-cultuur is de geraffineerde half-naakt-cultuur in onze dagen, de vorm van kleedij, waarbij deelen van het lichaam worden blootgelaten. Het zijn heusch niet alleen de kniesoorige zedenmeesters, die hieraan aanstoot nemen en van oordeel zijn, dat deze geraffineerde vorm van half-naakt-vertooning meer zinnen-prikkelend is dan de naaktlooperij zelf, omdat zij meer laat vermoeden en gissen.
Maar... dat is de geest van dezen tijd, van een aan verwording grenzende metaliteit onder een deel der jeugd, die men betitelt met vrijheid en vrijen omgang der sexen. De jeugd van onzen tijd is ongebonden en mint een zoo verregaande vrijheid, dat excessen niet uit kunnen blijven. Hoe het daarbij hier en daar toegaat kon men dezer dagen lezen in een reportage van een correspondent bij de Karimata-expeditie op Terschelling. Deze schreef onder meer over de vreugde des avonds in het badpaviljoen. Ongeacht de vrij strenge gemeente-verordening ten aanzien van de kleeding alhier, hoste de volwassen jeugd rond op een wijze, die vele ouderen moest verbazen. Men vraagt zich af waar vele uiterst lichtzinnig gekleede bakvisschen hun begrippen van betamelijkheid hebben gelaten. Wat zouden de meestal respectabele ouders van deze hier in ongebondenheid kampeerende jongelieden ver van het ouderlijk huis wel zeggen als zij wisten hoe hun kroost zich hier gedraagt en van de ontdekkingen, die de politie hier doet bij haar speurtochten in de duinen? Aldus deze correspondent.
Men behoeft zich hierover geenszins te verbazen. De schaamteloosheid welke men in alle vormen, ook in de naakt- en half-naakt-cultuur kan waarnemen is eenvoudig de vrucht van zekere moderne opvattingen, welke voor geavanceerd en behoorlijk doorgaan. En de symptomen daarvan kan men waarnemen tot in de straten en feestzalen onzer steden toe in den vorm waarmee jonge vrouwen onbeschaamd op uitdagende wijze haar aantrekkelijkheden etaleeren op een wijze waarvoor menig prostituée zich misschien zou schamen...

[Wiering's Weekblad, 26 augustus 1938]


Polter, 9:46 p.m. | permalink |



Inval

Ik heb nog wel wat leuks om te posten, hier op Rab zijn plek.



Polter, 3:31 p.m. | permalink |



Vandaag geen tot weinig post, ik ga vanmiddag naar het afstudeerfeestje van m'n Zus en die geeft dan later een feestje.. Wellicht tot morgen, dan edit ik dit stukje nog wel, nu even hard werken, ik moet om 15.00 uur al weg...


anonymous, 9:24 a.m. | permalink |

29.8.02 


Nawijn, nawijzen, uitwijzen

Minister Nawijn wil criminele Marokkanen met een nederlands paspoort uitwijzen. Afgezien van mijn eigen mening (uitwijzen van landgenoten dóe je gewoon niet), komt zijn idee neer op het ouderwetse verbannen. Een verschijnsel dat al een lange geschiedenis heeft. In ons land komen wij nog steeds getuigen daarvan tegen. Op wandelingen kun je nog wel eens een oude "banpaal" tegenkomen. Een banpaal bepaalde het rechtsgebied van een gemeente. Daarbinnen konden misdadigers gearresteerd worden en eventueel verbannen buiten deze grens. Vaak bevatte de banpaal een afbeelding met het wapen van de stad. Hier de banpaal van Schermerhorn met de mol uit het stadswapen.


banpaal Schermerhorn



Ook tussen Schardam en Hoorn staat nog zo’n paal. Bovenop zien we een Eenhoorn die terug te vinden is in het wapen van Hoorn.


banpaal tussen Schardam en Hoorn



Medelanders met historisch besef ijveren voor het in stand houden van deze tekens in het nederlandse landschap, getuige onderstaand verslag:

"Paul van Deursen van de vereniging Brettenzone Natuurlijk, heeft uitgevonden wat er met de oude banpaal van de Spaarndammerdijk is gebeurd. Deze paal uit 1624 stond ver buiten de toenmalige stadsgrens van Amsterdam. De banpaal gaf echter de grens aan van het rechtsgebied van Amsterdam, net zoals de banpaal die nu nog te zien is in Oud-Sloten. Als balling mocht je deze grens niet passeren. De banpaal op de spaarndammerdijk is nog te vinden op schetsen van Rembrandt rond 1650. Ten Cate (van de markt) heeft in 1839 de banpaal nog eens getekend, de top is dan al verdwenen. Juist deze top is in 1947 teruggevonden en geschonken aan het stedelijk museum. Momenteel staat die in een zandbak in het Oosterpark. Het mooiste is het zo’n paal op zijn historische plaats terug te plaatsen. Daar staat nu echter het gebouw van de Nedlloyd-IBM. De vereniging Brettenzone Natuurlijk wil graag dat deze paal toch een waardige plaats in de oorspronkelijk omgeving krijgt. Dankzij de vraag van Paul Knoeff van de SP aan zijn medecommissieleden wat zij daarvan vinden, werd duidelijk dat alle partijen dat een uitstekend idee vinden, afgezien van D66. De banpaal zal er dus wel komen, hopelijk met een informatiebord over zijn historische functie en een verwijzing naar de oorspronkelijke plaats".
(Wouter van der Wulp, 28 juli 1999)



Ik ben blij met dit soort mensen die nog een gevoel voor onze geschiedenis hebben. Het is een goede zaak om enige symbolen uit onze geschiedenis te bewaren. Maar dat betekent niet dat we de procedures die aan deze symbolen verbonden waren ook maar weer moeten invoeren. Het historisch besef van de heer Nawijn vind ik dan ook wel érg ver gaan.............


Dil, 12:19 p.m. | permalink |



Vuurspuwen

In mijn (parttime)functie als docent beeldende vormgeving op een middelbare school, mocht ik eergisteren aanwezig zijn bij een aantal workshops voor nieuwe brugklasleerlingen. Eén van die workshops was "vuurspuwen". Ongelofelijk spectaculair. "Bruggertjes" van een jaar of dertien, kleine opdondertjes, die vlammen spuwen die groter zijn dan zijzelf. Je moet maar durven! Dat geldt trouwens ook voor de schoolleiding, workshopbegeleiders en de ouders na alle commotie die Enschede en Volendam het afgelopen jaar hebben veroorzaakt................

vuurspuwen


Dil, 11:24 a.m. | permalink |

28.8.02 


Een signaal uit eigen doos

Wordt het geen tijd het spreekrecht van LPF-politici eens ter discussie te stellen? Er gaat bijna geen dag voorbij of de oprispingen, interne pijnkreten en bizarre ‘signalen’ vliegen je om de oren. Het is een beschamend intermezzo van een populistische onvredebeweging die haar Haagse draai moet vinden. Wie weet zijn ze er daarom zelfs wel voor te porren om eerst in stilte orde op zaken te stellen. Misschien kunnen we, ik zeg ook maar wat, hun spreekrecht uitruilen tegen het zwijgrecht van Volkert van der G.: hij praat, zij houden hun mond. Dan hebben we het beste van beide werelden.
Nu is de laconieke aanpak van Heinsbroek, die weigert het regeerakkoord als heilige tekst te zegenen, zeker verfrissend. Maar waar het gaat om de werkelijke obsessies van de LPF – veiligheid op straat, collectief onbehagen en angst voor allochtonen – zijn de erupties onheilspellend. Zowel minister Nawijn, die criminele Marokkanen wil dwingen hun dubbele nationaliteit op te geven (dat wil zeggen: hun biezen te pakken), als het Kamerlid Schonewille, die het zwijgrecht van verdachten wil afschaffen, zeggen dat het hun menens is, maar dat ze vooral ook ‘een signaal’ willen afgeven.
Dan rijst de vraag: welk signaal? Als het erom gaat een houding uit te stralen van tough on crime, is er niets op tegen, al is het ook wat gratuit, een kreet in een lege emmer, als fors meer geld voor politie tegelijk achterwege blijft. Of betekent het signaal iets anders, veel substantiëlers, namelijk dat de rechtsorde maar eens op de helling moet, dat beginselen van gelijkheid niet meer tellen, dat Nederlanders van buitenlandse afkomst tweederangs burgers zijn en dat daar ook eigenlijk niks op tegen is?
Tussen feit en beeld valt vaak een lange schaduw. Politieke ‘signalen’ richten zich dan vaak eerder op het beeld dan op het feit. Het Nederlandse asielbeleid, bijvoorbeeld, is onder Paars ondubbelzinnig harder geworden, een ommekeer die nu resultaat begint op te leveren. Toch staat Paars te boek als soft on buitenlanders en leeft onder grote groepen het doembeeld dat dit land wordt overspoeld door asielzoekers. Uit een enquête van VluchtelingenWerk Nederland bleek vorige week dat bijna veertig procent denkt dat er in 2001 tussen de 75.000 en 200.000 asielzoekers binnenkwamen. In werkelijkheid waren het er 32.000. Nog veel misschien, maar ook zés keer minder dan vooral lager opgeleiden en jongeren blijkens de enquête denken. Ook gelooft bina veertig procent dat er in 2001 meer vluchtelingen kwamen dan een jaar eerder, terwijl het omgekeerde waar is: het waren er een kwart minder.
Als er zo’n diepe kloof bestaat tussen het zelfbeeld van een bevolking en de werkelijkheid, hoe zullen de ‘signalen’ van Nawijn en anderen dan worden opgevat? In Rotterdam in elk geval als volgt. Michiel Smit, gemeenteraadslid voor Leefbaar Rotterdam, verdedigde Nawijn in debat met Tweede-Kamerlid voor Groen Links Naïma Azough, afgelopen vrijdag, met de onnavolgbare quasi-helderheid die zijn partij eigen is. Toen Azough het verwijt ‘racisme’ van stal haalde (en ja, dan weet je het wel), wilde Smit wel even uitleggen hoe het werkelijk zat in Nederland. “We hebben de kut-Marokkanen en we hebben de ok-Marokkanen”, doceerde hij, met het zelfvertrouwen van de politicus die door de stembus is gerustgesteld dat hij begrijpt hoe de samenleving in elkaar steekt. En na deze compacte uiteenzetting volgde, uiteraard, een voorbeeld. Hij keek Azough aan en zei: “Als u een ok-Marokkaan bent, dan hebben we helemaal geen problemen met u.” Het kamerlid keek of ze het in Keulen, of wat dichterbij aan de Coolsingel, hoorde donderen bij deze nieuwe, genderoverstijgende politieke begrippen.
Niemand in dit land zal vermoedelijk hevig tegenstribbelen als jongeren die zich toeleggen op straatroof en overvallen worden aangepakt – ook de Marokkaanse gemeenschap niet. Niemand zal bezwaar maken tegen optreden tegen zware misdadigers, of het nu Noordhollandse drugshandelaren, Utrechtse bouwkartels of corrupte gemeenteambtenaren zijn. Maar de manier waarop Nawijn, Schonewille en Smit hun signalen afgeven gaat een heel andere kant op: hier worden tweederangs burgers gecreëerd langs etnische scheidslijnen. Want nu ben je een ‘ok-Marokkaan’, morgen kan het anders zijn. Dat is geen beheersing of regulering van immigratie en integratie meer, het is de lamme boodschap dat immigratie een vloek is, die over ons is gekomen.
Als dat zo is, begint het optreden van deze nieuwe politici te lijken op dat van de krakers die in de jaren tachtig Amsterdam terroriseerden met hun zogenaamd solidaire eigenrichting. Zij hielden de burgerlijke samenleving voor: jullie rechtsorde is de onze niet. Wat deze bewindslieden hun achterban voorhouden in de strijd tegen allochtone criminelen is een variant daarop: onze rechtsorde is de hunne niet. Het is besturen met een omgekeerde bivakmuts op. Naïma Azough heeft gelijk, zoals Wim Kok gelijk had over de beweging van Fortuyn: dit is tweedracht zaaien en groepen tegen elkaar opzetten.
De spanningen van de multiculturele samenleving in Nederland moeten op twee fronten worden bestreden: een aanpak van schooluitval, straatcriminaliteit, die hoog is onder Marokkaanse jongens, en, zoals Nawijn óók belooft, van geweld tegen vrouwen. Maar ook een veel energieker en intensiever aanjagen van integratieprocessen en de deelname van allochtonen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs. Waar blijft het nieuwe plan voor inburgering, waarom wordt het aanbod aan taalcursussen niet drastisch vergroot terwijl allochtonen daar al jaren voor in de rij staan? Het kabinet fixeert zich op repressie, geheel in de geest van zelfbeklag en verbittering die over Nederland vaardig is geworden. Maar dat is maar het halve verhaal. De integratie van nieuwkomers in Amerika bijvoorbeeld is mede mogelijk omdat dat land gebouwd is op een ideaal dat etnische scheidslijnen overstijgt: de belofte van een kans op persoonlijke lotsverbetering, succes en welvaart. Nederland is niet gebouwd op zo’n droom. Maar het wordt wel tijd dat dit kabinet, dat de mond vol heeft van normen en waarden, een poging doet zo’n wervend ideaal te formuleren: geef eens een inclusief signaal af, in plaats van één gericht op uitsluiting. Nu is de motor achter het kabinet-Balkenende helaas vooral een angstdroom.

[Sjoerd de Jong in de NRC van 27 augustus 2002]


Polter, 6:16 p.m. | permalink |



Een Nieuw Paaslied

Zonder gedronken te hebben, prijs ik God.
Vandaag heb ik van alles meegemaakt.
Al voortwandelend in de benedenstad, denkend aan de Uiteindelijke Dingen,
Zag ik een jongen, vermoedelijk een Duitse toerist, en volgde hem terwijl ik dacht:
ik zal je voor je reet geven of als dat niet kan sla mij dan maar,
de hoofdzaak is dat we bezig zijn -
Tot hij De Bijenkorf in ging en ik, duizelig van geilheid tegen mensen opbotsend,
zijn spoor bijster raakte.
Nochtans werd ik niet moede U te loven.
Want onbegrijpelijk groot zijn Uw werken.
Gij, die het wezen gemaakt hebt
dat van achteren een kut en van voren een staart heeft.
Zoals gezegd, ik had niet eens gedronken, maar toch wilde ik
U schreiend eren en in tranen voor u knielen,
O Meester, Slaaf en Broeder, Geslachte en Verrezen God.
Al neuriënd en in het geheim profeterend vervolgde ik mijn weg.
Toen zag ik Bet van Beeren, aan een wit tafeltje
tegenover haar cafee gezeten, pogend met mes en vork
een makreel te openen om deze in de zon te eten.
Ik dacht kijk. Wat is in de Natuur toch alles mooi gemaakt.
(Denk maar aan al die sterren met hun lichtjaren.)
Ik wilde wel naar een of andere avondmis,
maar er was er geen.

[Gerard Reve]


Polter, 4:17 p.m. | permalink |



Huishoudelijke Mededelingen

1. Het reactieding is al een paar dagen onbenaderbaar - daar kunnen we niets anders aan doen dan gewoon wachten tot het weer werkt.

2. De foto's hierboven van de honden met zonnebril zijn verknipte scans van de foto op de cover van de Vrij Nederland van 17 augustus 2002. Die prachtplaat werd gemaakt door Michiel van Nieuwkerk, van wie ik naar mijn zin veel te weinig op het web kan vinden. Daarom: ere wie ere toekomt.



Polter, 4:07 p.m. | permalink |

27.8.02 


Zoals beloofd een foto van de poezenkat van m'n man. Poezenkat is een zelfverzonnen woord dat ik graag gebruik, omdat het zo leuk is om te zeggen. Het is ook een mooie directe vertaling van pussycat, maar goed, dat had u zelf al verzonnen. Het beest (de poezenkat dus) is net als veel jonge poezenkatten behoorlijk gek te krijgen met nepmuizen van de dierenwinkel. De poezenkattenoortjes draaien bij aanvallen van gekte psychotisch in het rond en blijven dan iets te lang in de 'verbazingsstand' staan. Het gedrag vlak daarna kan dan erg verrassend zijn, zoals het met slippende pootkussentjes heftig opdemarreren op glad laminaat naar weer een nieuwe spannende uitdaging (een andere nepmuis bijvoorbeeld)
POEZENKAT, dus


anonymous, 11:22 p.m. | permalink |

26.8.02 


Sites waar een luchtje aan zit.......


“Ware het menselijke ons te min,
Gij zat nog op ’n planck met een gat daarin”.

Zo luidt een spreuk op een wandtegel die al jarenlang in mijn ouderlijk huis op het toilet hangt. In het midden zie je, in nep-Delftsblauw uitgevoerd, een soort cupidofiguurtje op een toiletpot zitten terwijl hij bezig is zijn achterwerk af te vegen. Ondanks het waarheidsgehalte van de spreuk, heb ik de uitbeelding altijd enigszins banaal gevonden. Echter, een zekere fascinatie voor poep en pies lijkt een normaal verschijnsel in het leven van de mens. Er is zelfs een bepaalde, hiernaar genoemde fase in onze vroege jeugd die we moeten hebben doorlopen anders gaat het mis. Ook volwassenen zijn nog altijd volop belangstellend bij een mop of verhaal met dergelijke onderwerpen. Soms gaat de belangstelling verder. Er zijn beroepsgroepen die zich professioneel bezig houden met de grote en kleine boodschappen van de mens. Denk hierbij aan onze onvolprezen gezondheidszorg waar zusters en broeders regelmatig bezig zijn met onze menselijke uitscheidingsproducten. Denk ook aan ontwerpers, fabrikanten en verkopers van sanitair. Ook zijn er kunstenaars geweest die zich met dit onderwerp hebben bezig gehouden. Enkelen van de beroemdste zijn Marcel Duchamp en Claes Oldenburg.


Marcel Duchamp, Fountain, 1917

Claes Oldenburg, soft toilet

Maar het kan ook een hobby (?) zijn, getuige deze site. Of deze, waarvandaan zelfs een hele webring is te vinden.....
Er is zelfs een speciaal museum. Tja, en dan is het prettig als je niet misgrijpt.
Tegenwoordig doen bekende Nederlanders (zondag 18 augustus) er ook niet meer moeilijk over. Of is er toch een restje van die jeugdfase blijven hangen.......?


Dil, 7:00 p.m. | permalink |

24.8.02 


Berserk

Al bij vertrek van huis, met een rugzak vol lege flessen voor de immer hongerige glasbak, viel er af en toe een druppel. Ik besloot het er op te wagen - het uur daarvoor was het exact hetzelfde weer geweest en in de lucht waren geen kleurverschillen te zien: slechts een monotoon grijs wolkendek, dat je niet eens voorbij kon zien bewegen, met af en toe een spat.
Prutweer, maar naar te verwachten onveranderlijk prutweer.

Aldus op weg, om het dagelijks brood en andere voedings- en genotmiddelen in te slaan. De fietstochten naar supermarkt en slijter verliepen nog redelijk droog. Maar toen ik eenmaal op de markt was aangeland, om kaas te halen, begon het me toch een partij te hozen - en ik was natuurlijk weer zo stom geweest dat ik geen plu had meegenomen, terwijl die nog best tussen de legen flessen had gepast.

Opeens ben je deel van een waterschuwe massa: een grote groep mensen die als één man probeert zich onder afdakjes te wringen, zich tegen muren aandrukt of zich opeens langdurig geïnteresseerd toont in de handelswaar van het vaste wansmaakkraampje, om zo onder het zeil uit de regen te kunnen blijven. Zo ook ik.

Een kleine honderd meter verderop zag ik een dikke vrouw van een jaar of veertig zich een weg door en om de mensen heen banen. Ze leek zich niet te storen aan de regen en liep samen met haar hond rustig langs hen die zich voor het weer verstopten.

De hond viel me direct op: het was er zo een als hierboven (niet die poedel maar de rechtse) - een duitse staander geloof ik. Een mooi, sierlijk, gespierd beest, hoog op de poten, met een karakteristieke kop. Ik dacht nog: "Zou die ook een brilletje hebben", toen er opeens, zonder enige waarschuwing, een boxer het beest naar de keel vloog. Uit mijn ooghoek had ik al wat aan zien komen racen, met daarachter aan een lijn een als een vlieger in de wind fladderend meisje, dat niet ouder dan een jaar of vijf kon zijn.

De duitse staander vluchtte naar voren, waarbij de lijn waarmee ze aangelijnd zat als struikeldraad voor haar bazin diende: de dikke vrouw klapte met een knal tegen de grond. Enige mensen wilden gaan helpen, maar bedachten zich toen bleek dat de honden van zins waren elkaar op te eten. Al snel ontstond er een cirkel van toeschouwers, met in het midden een bergje mens, waaruit twee armen met lijnen kwamen waaraan twee elkaar bijtende honden zaten die grommend en piepend om die vleesberg heen cirkelden.
Dit schouwspel duurde even, tot een gedrongen, kalende man de beide honden zo'n rotschop verkocht, dat omstanders de verdwaasde beesten uit elkaar konden halen.

"Geef mij maar katten", dacht ik toen ik wegliep, met de blikkerend ontblote hoektanden van beide honden op mijn netvlies gebrand.



Polter, 2:41 p.m. | permalink |

23.8.02 


Zo, en nu is het weer mijn beurt voor een (korte) post! Eindelijk weekend!! Toch wel een leuke laatste werkdag gehad, ik heb namelijk een stafvergadering bij Rijkswaterstaat genotuleerd en met mijn recordertje opgenomen. De bouwfraude in het achterhoofd lijkt het nu ineens spannend om al die ingenieurs en projectleiders te horen praten, maar het was gewoon best gezellig, eigenlijk. Hoewel ik op een bepaald moment toch een van de heren hoorde opmerken: "Maar dat kan ik nu natuurlijk niet zeggen, nu dat ding (wijzend naar de MDwalkman) aanstaat" Ach, het was een leuke afwisseling van werkzaamheden en een rustige 2x 74 minuten (de heren sloten de vergadering toen de minidisc vol zat met monovergadergeluid, puur toevallig) Na het werk de poezenkat van m'n man gevoerd, die woont vlakbij mijn werk. Altijd raar trouwens dat je vrij bent na je werk, maar het gebouw waarin je werkt nog steeds prominent ziet staan. Ik houd werk en prive altijd graag zo gescheiden mogelijk... Volgende keer post ik foto's van de grappige poezenkat van m'n man. Tot dinsdag!


anonymous, 7:19 p.m. | permalink |

22.8.02 


Ha, zo (uit de Klopgeest) ken ik er ook nog wel een:

Aan de twee handigste stijfstertjes des werelds

Za, waar zijn je stijfselpotten?
Jongens! Is je stijftuig reê?          (gereed)
Wij, die gij vaak scheldt voor zotten,
brengen 't onze altijd meê;
want om ulien te gerijven,          (u lieden)
is ons tuigje altijd klaar:
zo gij ons wat wilt doen stijven,
onze stijfsel is al gaar.
Geeft ons eens een arm vol kleren
(maar 'k versta het vulsel meê!)
en zo zullen wij u leren
witter stijven als de sneê.          (sneeuw)
Of heb je een gerafeld kraagje,
dat wel wat dient opgezet?
Naar de mode van het Haagje
kunnen wij dat wonder net;
want wij zijn twee fijne brakjes,          (jachthonden)
die ons op dat werk verstaan,
of wij met de stijfsel zakjes
altijd hadden omgegaan.
Daarom vind je van je leven
ons gelijk niet in het land,
mits dat wij u stijfsel geven
voor een hele luiermand.
Voorders kunnen wij ook strijken,
alzowel als 't iemand kan,
daar wij onze vaars in lijken;          (waarin wij op onze vaders lijken)
want dat ambacht erft wel an.
't Strijken, 't manglen en het rollen
doen we in 't linnen niet alleen,
maar wij klaren 't ook in 't wollen
en dat is vrij ongemeen.
Zo je dan van zulke stijvers
nu wat stijfsel hebt van doen;
zo dees strijkers, rollers, wrijvers,
hier uw werk wat kunnen spoên;
'k bid u, wilt hen slechts gebieden,
zowel in het een, als 't aâr.
Want tot dienst van uwer lieden,
is ons tuigje altijd klaar.

Willem Godschalk van Focquenbroch, 1669


Uit: Razernij der liefde. Ontuchtige poëzie in de Nederlanden van middeleeuwen tot Franse tijd. (Arbeiderspers, 1992)


Dil, 12:16 a.m. | permalink |

21.8.02 


Even nog een uitleg van gisteren: iK ben bezig mijn rijbewijs te halen en ben aan het dromen over mogelijke auto's die ik kan kopen. Eerst dacht ik aan een volvo 480es, maar schrok toch wat van de problemen die deze auto's geven, vooral met de vele electronica. Nu was ik gisteren op de kamer van een collega en zag een foto van een Matra Murena op zijn bureaublad staan en zei: Hee, die auto's ken ik nog wel, maar heb je er ook een? De collega zei van ja en ik ben gisteren dus steeds meer over deze auto's te weten gekomen. En nu ben ik dus verliefd...ik moet en zal er een hebben, maar niet voordat mijn collega me laat "proefzitten" in deze bijzondere 3-zits (!) prachtauto! Ik houd jullie op de hoogte...


anonymous, 7:03 p.m. | permalink |





Die man is een visionair!


Polter, 6:59 p.m. | permalink |

20.8.02 


Radboud Droomt



anonymous, 11:40 p.m. | permalink |



Op de valreep

Of eigenlijk net niet meer. Want het is al dinsdag. Maar ik wil me toch niet aan de verplichtingen onttrekken die ik met mijn medepinters ben overeen gekomen.

Van beroep ben ik kunstenaar. Misschien een beetje ouderwetse........

"Een leerling die zich wilde bekwamen in het schildersvak meldde zich aan bij een meester die hem tegen vergoeding de technische kant van het schilderen bijbracht. Dat was toen een zeer bewerkelijke kant: niet alleen werd het doek of paneel waarop men schilderde, in de werkplaats geprepareerd, ook de verf moest eigenhandig worden gemaakt: de droge kleurstoffen werden met olie tot verf vermengd. Dit was de taak van de leerling, die in het begin slechts als hulpje fungeerde. Hij wreef de verf en bracht deze aan op het palet, zodat zijn meester steeds over een vers palet kon beschikken. Naast de technische aspecten, kreeg de leerling ook onderricht in tekenen, waarbij het accent lag op het tekenen van het menselijk lichaam. Stapsgewijs werd dit aangeleerd, beginnend met de kleinste lichaamsonderdelen, zoals ogen, neuzen, handen en voeten. Hiervoor werden tekenboeken gebruikt. Daarna ging de leerling over tot het kopiëren van prenten en schilderijen en, als hij dit onder de knie had, tot het tekenen naar gipsen afgietsels van antieke beelden. Het schilderen van een poserend model behoorde tot het werkterrein van de gevorderde gezel".

Uit: E. V, Kraamkamers van de kunst. Ateliers en Academies. Rijksmuseum Amsterdam 1990


Dil, 12:57 a.m. | permalink |

19.8.02 


Aankondiging

Okee, het was (en is nog) veel te mooi weer om thuis achter de computer te kruipen. Ik heb dit weekend dan ook vooral lekker zitten oudehoeren, mijn sociale banden aangehaald, gelezen, in de zon gezeten, heerlijk niets gedaan en van mooie wijn en andere drank genoten.
Maar toch ook het fundament gelegd voor Driepinter, een nieuw log dat ik samen met twee vrienden (ieder om de beurt) ga bijhouden. Het plaatje moet nog gemaakt worden, de inloggegevens nog bevestigd, de namen nog afgesproken, de rolverdeling nog duidelijk gemaakt, maar ik heb mijn deel gedaan - de HTML-structuur staat.
Aldus: welkom bij Driepinter, waar elke dag (behalve zondag) een postje zal worden gezet. Geen controle, geen censuur, geen gedoe. Enkel een verplichting voor drie man om eens in de drie dagen iets te produceren.
& naar dat iets ben ik erg benieuwd.



Polter, 1:12 a.m. | permalink |

     DRIEPINTER     

Driemanslog



Uitgangspunten

1. Dit log gaat niet noodzakelijkerwijs over bier en/of melk
2. Elke logger post wanneer het hem uitkomt
3. Noch op het aantal posts, noch op het tijdstip van posten is een beperking van kracht
4. Niemand grijpt in in andermans postings
5. Algemene normen van fatsoen en betamelijkheid (onderling te bepalen onder het genot van enige alcoholische versnaperingen) worden in acht genomen

LINKS



Dil



Polter



Linkgeest


ARCHIEF

 




Top Weblog Commenting by HaloScan.com